ECLI:NL:RVS:2015:786
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. Van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende uitzonderlijke situatie in Tripoli
De staatssecretaris wees op 28 oktober 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 18 november 2014 en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond is omdat de aangevoerde gronden geen vragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De staatssecretaris klaagde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er sprake was van een uitzonderlijke situatie in Tripoli die bescherming biedt op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling analyseerde uitgebreid de situatie in Tripoli op basis van diverse rapporten van internationale organisaties en concludeerde dat hoewel de veiligheidssituatie zorgelijk is en er sprake was van gevechten en burgerslachtoffers, het geweld wisselend van intensiteit is en voornamelijk tussen rivaliserende groeperingen plaatsvindt. Het aantal willekeurige burgerslachtoffers is niet zodanig hoog dat de uitzonderlijke situatie als bedoeld in de wet aanwezig is.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.