ECLI:NL:RVS:2015:789
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
De vreemdeling werd op 30 december 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet aannemelijk had gemaakt dat er binnen afzienbare tijd zicht was op uitzetting naar Sierra Leone. Dit oordeel was gebaseerd op eerdere uitspraken en recente inlichtingen over de medewerking van de autoriteiten van Sierra Leone. Hierdoor was de bewaring vanaf het begin onrechtmatig.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en aan de vreemdeling werd een schadevergoeding toegekend over de periode van bewaring. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van uitzicht op uitzetting binnen redelijke termijn en een schadevergoeding wordt toegekend.