ECLI:NL:RVS:2015:793
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 22 oktober 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 november 2014 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het beroep van de vreemdeling op het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur slaagde. De staatssecretaris had voldoende gemotiveerd waarom een claimverzoek aan de Italiaanse autoriteiten was verstuurd, mede omdat de vreemdeling van zee was gehaald door Italiaanse autoriteiten en daar was geregistreerd.
De Afdeling stelde vast dat het hoger beroep gegrond is, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en toetste het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 22 oktober 2014. De klachten van de vreemdeling over summiere informatie in het claimverzoek en medische klachten faalden. Andere beroepsgronden waren niet in hoger beroep aan de orde gesteld. De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.