ECLI:NL:RVS:2015:801
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en in stand laten rechtsgevolgen inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vaardigde op 29 januari 2013 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond is, terwijl het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond werd verklaard. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand heeft gelaten. De staatssecretaris had de individuele omstandigheden van de vreemdeling, waaronder het tijdsverloop sinds de gepleegde misdrijven en de medische situatie, deugdelijk gemotiveerd betrokken in zijn besluit.
De vreemdeling voerde aan dat het inreisverbod in strijd was met artikel 3 EVRM Pro vanwege het risico op schending bij terugkeer naar Afghanistan en vanwege medische klachten, en dat onvoldoende gewicht was toegekend aan het belang van zijn kinderen. De Afdeling verwierp deze argumenten, mede op basis van ambtsberichten en medische adviezen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het inreisverbod niet in stand liet en bepaalde dat deze rechtsgevolgen geheel in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het inreisverbod blijven geheel in stand en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.