ECLI:NL:RVS:2015:808
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR oplegging alcoholslotprogramma wegens onverbindendheid regeling
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van de wederpartij ongeldig en legde haar een alcoholslotprogramma (asp) op op grond van artikel 17 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de wederpartij gegrond omdat het CBR niet aannemelijk kon maken dat zij onder invloed van een ademalcoholgehalte tussen 435 en 785 µg/l reed, mede doordat het proces-verbaal van een eerdere aanhouding ontbrak.
Het CBR ging in hoger beroep, stellende dat het mocht uitgaan van de juistheid van de aanhoudingsgegevens en dat het ontbreken van het proces-verbaal niet relevant was omdat de wederpartij de gegevens niet betwistte. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het proces-verbaal een essentieel stuk is dat het CBR had moeten overleggen en dat de rechtbank terecht aan het ontbreken van dit stuk de gevolgtrekkingen heeft verbonden die haar geraden voorkwamen.
Vervolgens oordeelde de Afdeling dat artikel 17 van Pro de Regeling onverbindend is omdat het asp moet worden opgelegd zonder individuele belangenafweging, wat in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor werd het besluit van 2 april 2013, waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard, vernietigd en het CBR opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Tot slot werd het oorspronkelijke besluit van 21 mei 2012 geschorst als voorlopige voorziening en werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: Het besluit van het CBR tot oplegging van het alcoholslotprogramma wordt vernietigd en het CBR dient een nieuw besluit te nemen.