ECLI:NL:RVS:2015:822
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete voor onrechtmatige kinderopvang zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan een stichting een bestuurlijke boete van €19.000 op wegens het exploiteren van een kindercentrum zonder de vereiste vergunning en voorafgaand onderzoek, in strijd met artikel 1.45 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko).
Na een anonieme melding voerde de GGD een onaangekondigde inspectie uit, waarna het college handhavend optrad. De stichting stelde dat zij geen kinderopvang in de zin van de Wko bood en voerde diverse bezwaren aan tegen de boete en het exploitatieverbod.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat het college niet zonder meer mocht uitgaan van het onaantastbare exploitatieverbod als vaststaand feit voor de boeteoplegging. De Raad stelde vast dat de stichting wel degelijk kinderopvang bood en dat het college het besluit zorgvuldig had voorbereid.
Hoewel de overtreding aan de stichting valt toe te rekenen, achtte de Raad matiging passend vanwege het ontbreken van winstbejag, de niet-bedrijfsmatige aard van de opvang, de beperkte omvang en de inspanningen van de stichting na het besluit. De boete werd daarom met 75% verminderd tot €4.750. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €19.000 werd vernietigd en gematigd tot €4.750 vanwege omstandigheden en matiging.