ECLI:NL:RVS:2015:829
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft op 30 mei 2012 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, een terugkeerbesluit genomen en een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het inreisverbod. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk had moeten verklaren. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen de intrekking niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt inhoudelijk getoetst en als ongegrond verworpen.
De vreemdeling voerde aan dat het inreisverbod in strijd is met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn gezinsleven in Nederland en zijn lange verblijf. De staatssecretaris stelde dat de ernst van de gepleegde misdrijven en het feit dat de vreemdeling het grootste deel van zijn leven in Afghanistan verbleef, zwaarder wegen. De Afdeling oordeelt dat de belangenafweging rechtmatig is en het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
Andere beroepsgronden die niet in hoger beroep zijn aangevoerd, blijven buiten beschouwing. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.