ECLI:NL:RVS:2015:833
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging persoonsgegevens in gemeentelijke basisadministratie
De appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk om zijn persoonsgegevens in de gemeentelijke basisadministratie te wijzigen, omdat hij destijds een valse identiteit zou hebben aangenomen. Het college wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep betoogde appellant dat hij inmiddels over authentieke documenten beschikt die zijn juiste identiteit aantonen, waaronder een Algerijns paspoort.
De Raad voor de Rechtspraak overwoog dat de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet gba) een strikte rangorde voorschrijft voor de documenten op grond waarvan persoonsgegevens kunnen worden aangepast. Wijziging van eenmaal geregistreerde gegevens vereist onomstotelijk bewijs dat deze onjuist zijn. De door appellant overgelegde documenten waren onvoldoende om aan te tonen dat hij dezelfde persoon is als degene die in de GBA is geregistreerd.
De Raad concludeerde dat het college terecht heeft geoordeeld dat de gegevens in de GBA betrouwbaar moeten zijn en dat het verzoek van appellant neerkomt op het vervangen van alle geregistreerde persoonsgegevens zonder onomstotelijk bewijs. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.