ECLI:NL:RVS:2015:839
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende concrete beoordeling inkomenssituatie
De vreemdeling, van Filipijnse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar Nederlandse partner te verblijven. De minister wees dit verzoek op 14 mei 2013 af, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de inkomensnorm, gebaseerd op het bruto sociaal-verzekeringsloon (sv-loon) gelijk aan het wettelijk minimumloon, niet leidde tot een ongerechtvaardigd onderscheid in strijd met artikel 14 EVRM Pro. De Afdeling bevestigde dat het bruto sv-loon een objectief en redelijk criterium is, mede vanwege uitvoeringsvoordelen en de ruime beoordelingsmarge van de Staat.
Echter stelde de Afdeling vast dat het besluit van 14 augustus 2013 onvoldoende blijk gaf van een concrete beoordeling van de individuele situatie van de vreemdeling en haar referent, zoals vereist op grond van het arrest Chakroun van het Hof van Justitie. Tevens was het horen in de bezwaarprocedure onterecht achterwege gelaten. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd en werd de zaak terugverwezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd wegens onvoldoende concrete beoordeling van de individuele situatie.