ECLI:NL:RVS:2015:840
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A. Hammerstein
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van geen bezwaar door AIVD wegens onvoldoende waarborgen
De directeur Binnenlandse Veiligheid van de AIVD trok op 8 januari 2013 de verklaring van geen bezwaar in die eerder aan appellant was afgegeven. Dit gebeurde na een hernieuwd veiligheidsonderzoek naar aanleiding van nieuwe feiten en omstandigheden die twijfel zaaiden over de betrouwbaarheid van appellant in zijn vertrouwensfunctie.
De minister handhaafde deze intrekking ondanks een afwijkend advies van de Bezwarencommissie Veiligheidsonderzoeken. De minister baseerde zich op het rapport van het hernieuwde onderzoek, waarin werd vastgesteld dat appellant onder invloed staat van zijn echtgenote, wat zijn onafhankelijke belangenafweging belemmert. Daarnaast had appellant niet-integer gehandeld door niet gemelde inkomsten en het niet melden van contacten van een medebewoner met een organisatie die de AIVD interesseert. Ook zijn financiële situatie werd als kwetsbaar beoordeeld, wat een veiligheidsrisico vormt.
Appellant voerde aan dat het rapport onzorgvuldig was en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd af te wijken van het advies van de commissie. De Raad van State oordeelde echter dat het rapport zorgvuldig tot stand was gekomen en dat de minister zijn beoordelingsvrijheid binnen redelijke grenzen had uitgeoefend. De rechtbank had terecht geoordeeld dat onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat appellant zijn plichten getrouw zal vervullen.
De Raad van State bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van geen bezwaar wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.