ECLI:NL:RVS:2015:843
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over inreisverbod en rechtmatig verblijf vreemdeling
Bij besluit van 26 juli 2013 vaardigde de staatssecretaris een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit inreisverbod niet-ontvankelijk, omdat het inreisverbod volgens de rechtbank niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb werd beschouwd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het vertrek van de vreemdeling voortvloeit uit een eerder terugkeerbesluit en niet uit het inreisverbod zelf. Tevens stelde hij dat het rechtmatig verblijf van de vreemdeling door een interim measure was opgeschort, maar dat het inreisverbod dit rechtmatig verblijf beëindigt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het inreisverbod geen besluit was en dat het beroep onontvankelijk was. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van de overwegingen.
Daarnaast stelde de Afdeling de proceskosten van de vreemdeling vast op €490,00 en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling.