ECLI:NL:RVS:2015:873
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig gevaar voor veiligheid partner
De burgemeester legde op 8 maart 2014 een tijdelijk huisverbod op aan appellant na een incident waarbij appellant zijn vrouw zou hebben bedreigd en mishandeld. Dit huisverbod werd op 17 maart 2014 verlengd met achttien dagen vanwege aanhoudende dreiging en het ontbreken van hulpverlening door appellant.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het huisverbod onzorgvuldig was opgelegd, onder meer omdat de vermeende verwondingen niet medisch waren onderzocht en het risico-instrument (RiHG) overdreven zou zijn. Ook stelde hij dat de veiligheid van zijn zoon niet relevant was en dat het belang van zijn vrouw om in de woning te blijven niet zwaarder mocht wegen dan zijn eigen belang.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd omdat er een ernstig en onmiddellijk gevaar bestond voor de veiligheid van de vrouw, gebaseerd op het proces-verbaal en het risico-instrument. De rechtbank had de belangenafweging zorgvuldig gemaakt en het beroep van appellant werd ongegrond verklaard. De Raad van State bevestigde deze uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het huisverbod wordt bevestigd.