ECLI:NL:RVS:2015:875
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging watervergunning voor herprofilering landbouwpercelen langs de Maas
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu verleende op 26 juni 2012 een watervergunning voor het herprofileren door ophoging van landbouwpercelen langs de Maas in de gemeente Bergen. Na bezwaar handhaafde de minister dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze vergunning ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellante voerde aan dat het besluit gebrekkig was gemotiveerd en dat de vergunning in strijd was met de Waterwet en de Beleidsregels grote rivieren. Zij stelde dat de vergunning niet noodzakelijk was voor het bereiken van de waterdoelstellingen en dat de herprofilering onaanvaardbare waterstandseffecten zou veroorzaken, waaronder vernatting van haar gronden.
De Raad van State oordeelde dat een besluit ook op grond van een nieuwe belangenafweging in stand kan blijven, ook als het eerdere besluit gebrekkig was. De vergunning was niet in strijd met de Waterwet omdat deze niet uitsluitend voor noodzakelijke activiteiten wordt verleend, maar geweigerd moet worden als deze niet verenigbaar is met de doelstellingen. De herprofilering kon worden begrepen onder de realisatie van natuur volgens de beleidsregels. Verder was onvoldoende aannemelijk dat de herprofilering tot ontoelaatbare vernatting van appellantes gronden zou leiden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.