ECLI:NL:RVS:2015:88
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale arbeid zonder tewerkstellingsvergunning in horecagelegenheid
De minister legde op 26 augustus 2011 een boete van €4.000 op aan appellant wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd gehandhaafd na bezwaar en beroep bij de rechtbank, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling arbeid had verricht zonder tewerkstellingsvergunning. Uit het proces-verbaal bleek dat de vreemdeling, van Turkse nationaliteit, in het restaurant van appellant blikken soep naar de keuken bracht en verklaarde af en toe te werken. De Raad oordeelde dat dit voldoende is voor het verrichten van arbeid in de zin van de Wav, ongeacht de omvang of vergoeding.
Appellant voerde aan dat de werkzaamheden marginaal waren en dat de vreemdeling onder het vrije verkeer van werknemers viel op grond van EU-verdragsbepalingen en de Associatieovereenkomst met Turkije. De Raad verwierp deze verweren omdat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf had en het twv-vereiste geen nieuwe verboden beperking vormt. Ook matiging van de boete werd afgewezen wegens eerdere overtredingen en het ontbreken van preventieve maatregelen.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en de opgelegde boete, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €4.000 wegens het laten verrichten van arbeid zonder tewerkstellingsvergunning.