ECLI:NL:RVS:2015:891
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens niet-naleving gebruik beëdigde tolken in asielprocedure
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 19 juni 2013 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, omdat de staatssecretaris geen beëdigde tolken had ingezet tijdens de gehoren, wat volgens de rechtbank in strijd was met artikel 28 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv).
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de vereiste spoed inherent is aan de algemene asielprocedure, die een termijn van acht dagen kent. Hij voerde aan dat niet altijd beëdigde tolken tijdig beschikbaar zijn en dat ook niet-beëdigde tolken aan kwaliteitseisen voldoen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet had mogen afzien van beëdigde tolken zonder verlenging van de termijn.
De Raad stelde dat de staatssecretaris binnen de strikte termijnen van de algemene asielprocedure redelijkerwijs niet verplicht is om uitsluitend beëdigde tolken te gebruiken, mits hij de afwijking schriftelijk motiveert. De motivering van de staatssecretaris voldeed aan deze eis. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor herbehandeling met inachtneming van de motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.