ECLI:NL:RVS:2015:892
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betalingsregeling terugvordering kinderopvangtoeslag bij opzet of grove schuld
Deze zaak betreft hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag inzake betalingsregelingen voor terugvorderingen van kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen had terugvorderingen vastgesteld en betalingsregelingen aangeboden, waarbij zij bij opzet of grove schuld van de belanghebbende een standaardregeling van 24 maanden hanteert zonder rekening te houden met betalingscapaciteit.
De rechtbank oordeelde in één zaak dat sprake was van onvoldoende bewijs voor opzet of grove schuld, waardoor een persoonlijke betalingsregeling op grond van de betalingscapaciteit mogelijk moest zijn. In de andere zaak oordeelde de rechtbank juist dat sprake was van grove schuld, waardoor de standaardregeling terecht werd toegepast.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank die de grove schuld niet aannam en bevestigt dat de Belastingdienst terecht een persoonlijke betalingsregeling kan weigeren indien sprake is van opzet of grove schuld. De betalingsregeling wordt vastgesteld op 24 gelijke termijnen van € 1.067,00. Het hoger beroep van de belanghebbende wordt ongegrond verklaard en dat van de Belastingdienst gegrond. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt gegrond verklaard en het verzoek om een persoonlijke betalingsregeling bij grove schuld wordt afgewezen.