ECLI:NL:RVS:2015:916
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- D.J.C. van den Broek
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking keuringsbevoegdheid RDW wegens overschrijding cusumstand
De RDW heeft bij besluit van 29 augustus 2013 de keuringsbevoegdheid van appellant voor voertuigen tot 3500 kg voor 12 weken ingetrokken wegens overschrijding van de cusumstand van 10, vastgesteld na een steekproefkeuring waarbij een overtreding in categorie III werd geconstateerd.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de RDW en de voorzieningenrechter werd afgewezen. In hoger beroep betoogde appellant dat de beleidsregel onevenredige financiële gevolgen heeft voor hem als zelfstandig keurmeester, omdat het cusumsysteem geen rekening houdt met zijn bijzondere omstandigheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beleidsregel in algemene zin rekening houdt met bedrijfseconomische belangen en dat de financiële situatie van appellant niet zodanig bijzonder is dat deze buiten de beleidsregel valt. Het overschrijden van de cusumstand, en niet het toekennen van een halve strafpunt, was bepalend voor de intrekking.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de keuringsbevoegdheid voor 12 weken wegens overschrijding van de cusumstand.