ECLI:NL:RVS:2015:919
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D.J.C. van den Broek
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Openbaarheid wachtgeldgegevens oud-bestuurders versus bescherming persoonlijke levenssfeer
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een Wob-verzoek van appellant gericht op openbaarmaking van namen en bedragen van wachtgelduitkeringen aan oud-bestuurders. Het college verstrekte een geanonimiseerd overzicht, waarna appellant bezwaar maakte. De rechtbank vernietigde het besluit van het college over de proceskostenvergoeding, maar oordeelde dat anonimiseren van namen gerechtvaardigd was vanwege privacy.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat het college de namen mag anonimiseren, omdat het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid van namen van oud-wethouders. Het ontvangen wachtgeld is afhankelijk van persoonlijke omstandigheden en openbaarmaking kan leiden tot nadelige gevolgen voor betrokkenen.
Verder oordeelt de Afdeling dat het hoger beroep van appellant gegrond is omdat de rechtbank bij de proceskostenvergoeding ten onrechte de oude puntwaarde hanteerde. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van hogere proceskosten. Het incidenteel hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het betoog van misbruik van recht door appellant wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het college veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding; de anonimiteit van namen van oud-bestuurders wordt bevestigd.