ECLI:NL:RVS:2015:962
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Emmen inzake niet-behandeling Wob-verzoek en vergoeding proceskosten
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen besloot op 3 september 2013 een Wob-verzoek van appellant niet in behandeling te nemen vanwege onvoldoende gegevens. Appellant maakte bezwaar, dat bij besluit van 3 februari 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant wel belang had bij het beroep, met name vanwege de vergoeding van proceskosten die in bezwaar waren gemaakt. Het college had in de brief van 29 juli 2013 geen termijn gesteld voor het aanvullen van het verzoek, waardoor het besluit tot niet-behandeling in strijd was met artikel 4:5, eerste lid, Awb.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, herroept het besluit van 3 september 2013, en bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant voor bezwaar, beroep en hoger beroep, alsmede tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.