ECLI:NL:RVS:2015:996
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke intrekking omgevingsvergunning voor varkenshouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Montfoort heeft op 18 december 2012 besloten om de omgevingsvergunningen van appellant uit 1990 en 1992 gedeeltelijk in te trekken met betrekking tot het houden van 256 vleesvarkens. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond op 24 februari 2014. Appellant stelde dat het college zijn varkensrechten niet kon ontnemen en dat gedeeltelijke intrekking niet mogelijk was.
De Raad overweegt dat de bevoegdheid tot gedeeltelijke intrekking is geregeld in artikel 2.33 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het college baseerde zich op het tweede lid van dit artikel, dat intrekking mogelijk maakt indien gedurende drie jaar geen gebruik is gemaakt van de vergunning. De rechtbank stelde vast dat appellant al geruime tijd geen varkens hield en dat de varkensschuur was omgebouwd tot garageboxen, wat het college voldoende bewijs vond voor niet-gebruik.
Appellant kon niet onderbouwen dat er wel varkens werden gehouden in de relevante periode. Ook het argument dat varkensrechten op elk moment gekocht kunnen worden en het houden kan worden hervat, bood geen grond om het college te beletten tot intrekking over te gaan. De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de gedeeltelijke intrekking van de omgevingsvergunning wegens drie jaar niet-gebruik.