ECLI:NL:RVS:2016:1004
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake handhaving en schadevergoeding melkrundveehouderij
Appellant exploiteert een melkrundveehouderij en stelt dat de verlening van vergunningen en de acceptatie van een melding door het college hebben geleid tot een lagere verkoopprijs van zijn voormalige woning. Hij verzoekt om handhaving en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen belanghebbende is bij het verzoek om handhaving omdat hij niet meer in de nabijheid van de inrichting woont en dat het college het bezwaar tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Afdeling bevestigt dit oordeel, omdat appellant geen milieugevolgen ondervindt bij zijn huidige woning.
Ten aanzien van de schadevergoeding stelt appellant dat hij door de vergunningen en melding schade heeft geleden. De rechtbank oordeelde dat van de rechtmatigheid van onherroepelijke besluiten moet worden uitgegaan en dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij door onjuiste informatie geen rechtsmiddelen heeft benut. De Afdeling bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De Afdeling ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.