ECLI:NL:RVS:2016:1011

Raad van State

Datum uitspraak
13 april 2016
Publicatiedatum
13 april 2016
Zaaknummer
201403269/2/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan 'De Wetering' voor winkelcentrum The Wall en ongegrond beroep tegen herziening

De zaak betreft het bestemmingsplan 'De Wetering' vastgesteld door de raad van de gemeente Utrecht op 30 januari 2014. Balthazar I B.V. (thans The Wall B.V.) stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het plan voor het plandeel met bestemming 'Gemengd (uit te werken)' niet verenigbaar was met rechtszekerheid en gaf de raad opdracht het gebrek te herstellen.

De raad stelde het plan op 4 februari 2016 gewijzigd opnieuw vast, waarbij de bestemming voor de gronden van The Wall B.V. werd aangepast naar 'Gemengd - 4'. The Wall B.V. maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze tegen dit gewijzigde besluit.

De Afdeling verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit gegrond en vernietigde dit voor het betreffende plandeel. Het beroep tegen het gewijzigde besluit werd ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van bezwaren van The Wall B.V. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan The Wall B.V.

Uitkomst: Het bestemmingsplan van 30 januari 2014 wordt vernietigd voor het plandeel betreffende The Wall; het gewijzigde plan van 4 februari 2016 wordt gehandhaafd.

Uitspraak

201403269/2/R2.
Datum uitspraak: 13 april 2016
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Balthazar I B.V. (thans: The Wall B.V.), gevestigd te Utrecht,
appellante,
en
de raad van de gemeente Utrecht,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 30 januari 2014, nummer 2014-2, heeft de raad het bestemmingsplan "De Wetering" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer Balthazar I B.V. beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 januari 2015, waar onder meer Balthazar I B.V., vertegenwoordigd door haar bestuurders, bijgestaan door mr. S.M. Stavenuiter, advocaat te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door B. van der Padt en mr. J.M. de Vries, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Bij tussenuitspraak van 29 april 2015, in zaak nr. 201403269/1/R2, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 30 januari 2014 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.
De in de tussenuitspraak gegeven termijn is op verzoek van de raad twee maal verlengd tot uiteindelijk 12 februari 2016.
Bij besluit van 4 februari 2016, nummer 2016-07, heeft de raad het bestemmingsplan "De Wetering" opnieuw, gewijzigd, vastgesteld.
The Wall B.V. is in de gelegenheid gesteld haar zienswijze over het besluit van 4 februari 2016 naar voren te brengen. Van deze gelegenheid heeft zij geen gebruik gemaakt.
De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.
Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Besluit van 30 januari 2014
1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 12 overwogen dat het besluit van 30 januari 2014, voor zover dat ziet op het plandeel met de bestemming "Gemengd (uit te werken)" voor de gronden aan de Hertogswetering te Utrecht, plaatselijk bekend als het winkelcentrum The Wall, zich niet verdraagt met de rechtszekerheid.
2. Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak is het beroep gegrond. Het besluit van 30 januari 2014, nummer 2014-2, dient te worden vernietigd, voor zover dat ziet op het plandeel met de bestemming "Gemengd (uit te werken)" voor de gronden aan de Hertogswetering te Utrecht, plaatselijk bekend als het winkelcentrum The Wall.
Besluit van 4 februari 2016
3. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 4 februari 2016 het plan opnieuw, gewijzigd, vastgesteld en daarmee het besluit van 30 januari 2014 vervangen. In het gewijzigde plan zijn de planregels en de verbeelding gewijzigd, waarbij aan de gronden van The Wall B.V. de bestemming "Gemengd - 4" is toegekend.
4. Het besluit van 4 februari 2016 is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb mede onderwerp van dit geding.
5. The Wall B.V. heeft naar aanleiding van het besluit van 4 februari 2016 geen zienswijze ingediend. De Afdeling leidt hieruit af dat The Wall B.V. geen bezwaren heeft tegen het besluit van 4 februari 2016. Het van rechtswege ontstane beroep is ongegrond.
Proceskosten
6. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid The Wall B.V. tegen het besluit van de raad van de gemeente Utrecht van 30 januari 2014, nummer 2014-2, gegrond;
II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Utrecht van 30 januari 2014, nummer 2014-2, voor zover dat ziet op het plandeel met de bestemming "Gemengd (uit te werken)" voor de gronden aan de Hertogswetering te Utrecht, plaatselijk bekend als het winkelcentrum The Wall;
III. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid The Wall B.V. tegen het besluit van de raad van de gemeente Utrecht van 4 februari 2016, nummer 2016-07, ongegrond;
IV. veroordeelt de raad van de gemeente Utrecht tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid The Wall B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 992,00 (zegge: negenhonderdtweeënnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
V. gelast dat de raad van de gemeente Utrecht aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid The Wall B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 328,00 (zegge: driehonderdachtentwintig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. F.D. van Heijningen, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, griffier.
w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Tuit
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 april 2016
425-803.