ECLI:NL:RVS:2016:102
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 10 februari 2015 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van een huisvuilzak die de vulopening van een ondergrondse container blokkeerde. De zak bevatte een poststuk dat tot appellant herleidbaar was, waarop het college de kosten van bestuursdwang (€115) aan appellant heeft opgelegd.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat hij niet de overtreder was, onder meer omdat het poststuk mogelijk verkeerd was bezorgd en de zak niet in zijn directe nabijheid was aangetroffen. Tevens klaagde appellant dat het college hem niet de onderliggende stukken had verstrekt en hem niet in de gelegenheid had gesteld zijn bezwaar aan te vullen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het bezwaar niet zorgvuldig had voorbereid door het niet verstrekken van stukken en het niet bieden van een reactietermijn, maar paste dit gebrek krachtens artikel 6:22 Awb Pro toch voorbij omdat appellant in de beroepsprocedure de stukken had ontvangen en kon reageren. Het bewijsvermoeden dat degene tot wie het afval herleidbaar is ook de overtreder is, werd niet door appellant weerlegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant (€496) en tot terugbetaling van het griffierecht (€45). De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 20 januari 2016.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang is ongegrond verklaard en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.