ECLI:NL:RVS:2016:1027
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen afwijzing verblijfsvergunning asiel ondanks eerdere vernietiging
De vreemdeling diende op 31 mei 2014 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor zichzelf en haar minderjarige kinderen. De staatssecretaris wees deze aanvraag bij besluit van 12 augustus 2014 af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht tot een nieuw besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand moesten blijven, mede vanwege de nieuwe werkwijze van de Italiaanse autoriteiten bij overdracht van gezinnen met minderjarige kinderen, conform het arrest Tarakhel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Raad van State oordeelde dat de toezeggingen van de staatssecretaris en de omstandigheden waaronder de overdracht aan Italië zal plaatsvinden, geen strijd opleveren met artikel 3 EVRM Pro. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze niet de rechtsgevolgen van het afwijzingsbesluit in stand liet, en bepaald dat de staatssecretaris terecht de aanvraag heeft afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 8 april 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijven volledig in stand.