ECLI:NL:RVS:2016:1034
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nummeraanduiding garagebox als zelfstandig verblijfsobject
Het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe kende aan een garagebox van appellant een nummeraanduiding toe, omdat deze als verblijfsobject in de zin van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet bag) werd aangemerkt. Appellant voerde aan dat de garagebox geen zelfstandige eenheid vormt, omdat deze deel uitmaakt van één kadastrale sectie met de woning, een gedeelde muur heeft met de buurman en niet direct bereikbaar is vanaf de openbare weg.
De rechtbank oordeelde dat het college de garagebox terecht als verblijfsobject had aangemerkt. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. De Afdeling benadrukte dat het functionele zelfstandigheidscriterium centraal staat en dat een garagebox die deel uitmaakt van een serie en een eigen afsluitbare toegang heeft vanaf een erf of gedeelde verkeersruimte als zelfstandig verblijfsobject kan worden beschouwd.
De juridische verbondenheid met de woning en het ontbreken van directe toegang vanaf de openbare weg zijn volgens de Afdeling niet doorslaggevend. Het college heeft het Objectenhandboek als richtlijn gevolgd, waarin wordt aangegeven dat garageboxen die niet duidelijk bij een woonobject horen als zelfstandige verblijfsobjecten worden aangemerkt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de nummeraanduiding van de garagebox als zelfstandig verblijfsobject bevestigd.