ECLI:NL:RVS:2016:1038
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep verkeersbesluit wegens gebrek aan belang
Op 14 januari 2014 nam het dagelijks bestuur een verkeersbesluit waartegen appellant bezwaar maakte. Dit bezwaar werd door het algemeen bestuur niet-ontvankelijk verklaard op 9 september 2014. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond op 24 maart 2015.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure trok het algemeen bestuur het oorspronkelijke verkeersbesluit op 23 juni 2015 in, nadat de rechtbank het bezwaar van een andere partij, Truck Care Amsterdam C.V., gegrond had verklaard. Hierdoor verloor appellant naar het oordeel van de Afdeling het belang bij zijn hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat het belang van appellant niet gelegen is in vergoeding van proceskosten, aangezien deze reeds voor het bezwaar van Truck Care en appellant gezamenlijk waren vergoed. Ook het beroep op vergoeding van proceskosten in hoger beroep vormt geen voldoende belang om inhoudelijk op het hoger beroep in te gaan.
Gezien het ontbreken van een rechtens te beschermen belang verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Tevens werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.