ECLI:NL:RVS:2016:1052
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning pelsdierhouderij wegens onvoldoende motivering saldering stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende een vergunning op grond van artikel 16 van Pro de Natuurbeschermingswet 1998 voor het wijzigen en exploiteren van een pelsdierhouderij aan een locatie te De Rips. De stichtingen Werkgroep Behoud de Peel en Mens Dier en Peel stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat de vergunning negatieve gevolgen zou hebben voor het nabijgelegen natuurgebied De Rouwkuilen, een Beschermd Natuurmonument.
De stichtingen betoogden dat het college bij de saldering van stikstofemissies onjuiste uitgangspunten hanteerde, met name dat het college uitging van een hogere emissie uit een andere veehouderijlocatie dan feitelijk vergund was. Het college verdedigde dat het Beleidskader beschermde natuurmonumenten voorschrijft dat de referentiesituatie op de datum van aanwijzing van het natuurmonument (1979) geldt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college niet voldeed aan de eisen van het Beleidskader, omdat de saldering niet in directe samenhang stond met de actuele emissies en dat de gebruikte emissierechten deels niet meer golden. Hierdoor was het besluit onvoldoende zorgvuldig gemotiveerd in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de stichtingen.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de vergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de saldering van stikstofemissies.