ECLI:NL:RVS:2016:1073
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning en weigering nieuwe vergunning wegens drugsvondst
De burgemeester heeft op 3 februari 2015 de exploitatievergunning van appellant ingetrokken en bepaald dat gedurende twaalf maanden geen nieuwe vergunning wordt verleend. Dit besluit volgde op een politie-inval op 2 februari 2015 waarbij 26 gram hasj werd aangetroffen in het horecabedrijf, deels in het vergiet in de keuken en deels bij een vennoot in zijn broekzak.
Appellant stelde zich primair op het standpunt dat de rechtbank een onjuist criterium hanteerde omtrent de bewijslastverdeling over verwijtbaarheid, en subsidiair dat verwijtbaarheid niet was aangetoond. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester verwijtbaarheid aannemelijk had gemaakt en appellant onvoldoende tegenbewijs had geleverd.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en gaat mee in de redenering dat het aantreffen van de hasj in de keuken, die tot het beschikkingsdomein van de ondernemer behoort, duidt op betrokkenheid. Ook het bolletje hasj bij de vennoot ondersteunt dit. Het scenario dat een derde de hasj in de keuken zou hebben geplaatst, wordt als onaannemelijk verworpen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en weigering van de exploitatievergunning bevestigd.