ECLI:NL:RVS:2016:1083
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen doorhaling inschrijving BIG-register
De minister van Volksgezondheid heeft op 1 april 2015 de inschrijving van appellant in het BIG-register doorgehaald naar aanleiding van een uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd door de minister niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat de bezwaartermijn correct was aangevangen op 2 april 2015.
Appellant voerde aan dat hij het besluit pas op 7 april 2015 ontving en dat hij door ziekenhuisopnames en psychische problemen de termijn niet goed kon bewaken, waardoor de overschrijding verschoonbaar zou zijn. De Raad van State oordeelde dat de wettelijke termijn begint te lopen op de dag na de bekendmaking van het besluit, ongeacht de feitelijke ontvangst. De medische gegevens toonden geen zodanige ernst of duur van opnames dat appellant niet tijdig bezwaar kon maken of iemand daartoe machtigen.
Ook de psychische problemen en het vergeten van de termijn werden niet als verschoonbaar aangemerkt, mede omdat appellant vlak voor het einde van de termijn contact had met zijn advocaat over het bezwaar. De ernst van de gevolgen van het besluit kan de termijnoverschrijding niet rechtvaardigen. Daarom bevestigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de doorhaling van de inschrijving in het BIG-register is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare redenen.