ECLI:NL:RVS:2016:1084
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake intrekking vergunning varkenshouderij te Rijsbergen
Het college van burgemeester en wethouders van Zundert verklaarde het verzoek van een voormalige drijver om intrekking van een vergunning voor een varkenshouderij niet-ontvankelijk omdat de vergunning was benut en uitgewerkt. De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde dit besluit en beval het college een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat het niet mogelijk is de vergunning in te trekken omdat deze alleen betrekking heeft op oprichting, wijziging of uitbreiding en niet op het in werking zijn van de inrichting. Tevens stelde het college dat een inhoudelijk besluit gevolgen kan hebben voor andere lopende procedures.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of de vergunning kan worden ingetrokken in de bodemprocedure moet worden beantwoord en dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het nemen van een nieuw besluit nadelige gevolgen heeft voor andere procedures. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €527,30. De uitspraak werd gedaan door mr. B.J. van Ettekoven, voorzieningenrechter, op 14 april 2016.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.