ECLI:NL:RVS:2016:1093
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door inleners
De minister legde aan meerdere inleners boetes op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank matigde deze boetes met 50% vanwege de beperkte duur van de werkzaamheden en een administratieve fout van het uitlenende bedrijf.
De inleners voerden aan dat zij niet als werkgevers in de zin van de Wav moesten worden aangemerkt en dat zij redelijkerwijs mochten vertrouwen op het uitlenende bedrijf. De minister stelde dat de boetes terecht waren en dat matiging onjuist was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de inleners wel degelijk als werkgevers in de zin van de Wav gelden, ongeacht het ontbreken van een arbeidsovereenkomst of gezagsverhouding. Hoewel de administratieve fout van het uitlenende bedrijf een rol speelt, ontslaat dit de inleners niet volledig van hun verantwoordelijkheid. De boetes wegens overtreding van artikel 15, tweede lid, van de Wav worden niet gematigd.
De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin de boetes werden gematigd en stelt de boetes hoger vast dan de rechtbank had gedaan. De boetes worden vastgesteld op € 5.500 voor de inleners en € 3.125 voor de partij die flyers liet bezorgen. De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank blijven in stand.
Uitkomst: De boetes worden door de Raad van State vastgesteld op € 5.500 voor de inleners en € 3.125 voor de partij die flyers liet bezorgen, waarbij eerdere matiging door de rechtbank wordt teruggedraaid.