ECLI:NL:RVS:2016:1096
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.J. van Eck
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing persoonlijke betalingsregeling wegens opzet of grove schuld bij huurtoeslagterugvordering
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van haar verzoek om een persoonlijke betalingsregeling door de Belastingdienst/Toeslagen. De dienst had een terugvordering van €1.603,00 over 2011 vastgesteld wegens te veel ontvangen huurtoeslag. Appellant kon dit bedrag niet in één keer betalen en verzocht om een regeling op basis van haar betalingscapaciteit. De Belastingdienst wees dit af omdat de terugvordering het gevolg was van opzet of grove schuld, en stelde een betalingsregeling van €67 per maand gedurende 24 maanden vast.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat appellant ondanks eerdere terugvorderingen wegens te laag opgegeven inkomen in voorgaande jaren, nagelaten had de inkomensgegevens voor 2011 te controleren en aan te passen. Appellant voerde aan dat haar administratie niet op orde was en dat zij niet bewust een te laag inkomen had opgegeven. Ook stelde zij dat haar financiële situatie verslechterd was en dat eerdere terugvorderingen als oninbaar waren aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant willens en wetens of ten minste redelijkerwijs had moeten begrijpen dat het opgegeven inkomen te laag was, gelet op eerdere correcties en terugvorderingen. De verantwoordelijkheid voor het juist verstrekken van inkomensgegevens lag bij appellant. De Afdeling bevestigde dat bij opzet of grove schuld geen persoonlijke betalingsregeling op grond van de Uitvoeringsregeling Awir mogelijk is, maar dat bij de feitelijke invordering wel rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet. De eerdere oninbare terugvorderingen waren niet te wijten aan opzet of grove schuld, waardoor die situatie niet vergelijkbaar is.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling bevestigd wegens opzet of grove schuld.