ECLI:NL:RVS:2016:1113
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning voor paddocks op voor- en achtererf in woonbestemming
Het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder weigerde aan appellant omgevingsvergunningen voor het bouwen van paddocks op het voor- en achtererf van zijn perceel in Rutten. De rechtbank oordeelde dat de weigering voor het achtererf onterecht was en vernietigde het besluit, terwijl de weigering voor het voorerf werd bevestigd.
Het college en appellant stelden hoger beroep in tegen deze uitspraken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het geschil en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De paddock op het voorerf is in strijd met de woonbestemming vanwege de zichtbaarheid en omvang, terwijl de paddock op het achtererf, gezien de situering, grootte en open constructie, geen strijd oplevert met de woonbestemming.
De Raad van State bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen over de vergunning voor de paddock op het achtererf en dat tegen dit besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor de paddock op het voorerf wordt geweigerd, maar voor de paddock op het achtererf moet het college een nieuwe vergunning verlenen.