ECLI:NL:RVS:2016:1116
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening huurtoeslag wegens gezamenlijke huishouding op hetzelfde adres
Appellant had een voorschot huurtoeslag ontvangen voor de jaren 2013 en 2014, dat door de Belastingdienst/Toeslagen werd herzien en vastgesteld op nihil respectievelijk €480 vanwege een te hoog gezamenlijk inkomen van appellant en medebewoners op hetzelfde adres.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een zelfstandige woonruimte huurde en dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding, waardoor het inkomen van de medebewoners terecht werd betrokken bij de huurtoeslagberekening. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de overgelegde foto’s, huurovereenkomst en verhuurdersverklaring wel degelijk wezen op een zelfstandige woonruimte.
De Raad van State overwoog dat volgens de wet het aanvragers is om aan te tonen dat op hetzelfde adres meerdere zelfstandige woningen zijn gelegen met eigen voorzieningen en toegang. De overgelegde bewijsstukken boden onvoldoende aanknopingspunten om te concluderen dat appellant een zelfstandige woonruimte had zonder medebewoners. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.