ECLI:NL:RVS:2016:1121
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- G. van der Wiel
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inpassingsplan uitbreiding bedrijventerrein Medel wegens ontbreken voorwaardelijke verplichting groenstroken
Provinciale staten van Gelderland stelden op 24 september 2014 het inpassingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Medel (fase 1)' vast, inclusief een exploitatieplan en een zoneringsplan voor industrielawaai. Diverse appellanten, waaronder milieuverenigingen en omwonenden, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege het ontbreken van een voorwaardelijke verplichting om noodzakelijke groenstroken te realiseren en in stand te houden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde in een tussenuitspraak dat het besluit van 24 september 2014 onvoldoende waarborgde dat de groenstroken zouden worden gerealiseerd en onderhouden, en gaf provinciale staten opdracht dit gebrek binnen zestien weken te herstellen. Provinciale staten namen daarop op 27 januari 2016 een nieuw besluit met een aangepaste voorwaardelijke verplichting.
Appellanten GMF en anderen voerden aan dat het herstelbesluit niet voldeed, onder meer omdat het realiseren van groenvoorzieningen gekoppeld was aan het gebruik van de kavel en niet aan de bouw, en dat onderhoud niet expliciet was geregeld. De Afdeling verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de koppeling aan ingebruikname redelijk was en dat 'in stand laten' gelijk stond aan instandhouding, ook al was onderhoud niet expliciet voorgeschreven.
Verder oordeelde de Afdeling dat nieuwe beroepsgronden over geluidwallen en grondwallen niet ontvankelijk waren omdat deze niet eerder waren aangevoerd. De verwijzing naar Bijlage 2 in de planregels werd als redelijk beoordeeld. De beroepen tegen het oorspronkelijke besluit werden gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, terwijl de beroepen tegen het herstelbesluit ongegrond werden verklaard. Provinciale staten werden veroordeeld tot proceskostenvergoeding aan enkele appellanten.
Uitkomst: Het besluit van 24 september 2014 wordt vernietigd wegens ontbreken van een voorwaardelijke verplichting, het herstelbesluit van 27 januari 2016 wordt bevestigd.