ECLI:NL:RVS:2016:1126
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen invordering dwangsom wegens niet-aanleveren jaardocument zorginstelling
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport legde de stichting een last onder dwangsom op omdat zij niet tijdig het Jaardocument maatschappelijke verantwoording over 2013 aanleverde zoals vereist op grond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) en de Regeling verslaglegging WTZi. De maximale dwangsom van € 10.000 werd uiteindelijk ingevorderd, maar later door de minister beperkt tot € 5.000 omdat de stichting in 2013 geen zorg had geleverd en slechts beperkte verantwoording hoefde af te leggen.
De stichting voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals het niet actief zijn van de stichting en het ontbreken van digitale middelen, tot gedeeltelijke of volledige kwijtschelding van de dwangsom moesten leiden. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht het belang van invordering zwaarwegend heeft geacht en dat persoonlijke omstandigheden van de bestuurder en de digitale problemen geen bijzondere omstandigheden vormen om van invordering af te zien.
De Raad concludeerde dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met de bijzondere omstandigheden door de invordering te beperken tot de helft van de dwangsom en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de stichting tegen de invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard en de invordering van € 5.000 blijft in stand.