ECLI:NL:RVS:2016:1129
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit bestuursdwang en onbevoegdheid beroep tegen nadere uitleg
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 7 juli 2014 schriftelijk bevestigd dat bestuursdwang is toegepast op 30 juni 2014 wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van een doos. Een deel van de kosten (€ 126,00) werd aan appellant toegerekend. Op 16 maart 2015 verklaarde het college het bezwaar van appellant tegen deze kosten ongegrond en zag af van het in rekening brengen van de kosten. Appellant stelde beroep in, maar dit werd niet tijdig ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit van 16 maart 2015 op 18 maart 2015 aan appellant was bekendgemaakt en de beroepstermijn van zes weken liep tot 29 april 2015. Het beroep werd pas daarna ingediend, waardoor het niet-ontvankelijk is. Appellant stelde dat het besluit niet aangetekend was verzonden en op een ander adres was bezorgd, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Ook de veronderstelling dat het besluit een parkeerboete betrof, was voor zijn eigen risico.
Daarnaast werd beroep ingesteld tegen een brief van 16 juni 2015 waarin het college reageerde op een brief van appellant. De Afdeling oordeelde dat deze brief geen besluit in de zin van de Awb is, omdat het slechts een nadere uitleg betreft zonder rechtsgevolg. Daarom is de Afdeling onbevoegd om van dat beroep kennis te nemen.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling verklaarde het beroep tegen het besluit van 16 maart 2015 niet-ontvankelijk en verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van het beroep tegen de brief van 16 juni 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 16 maart 2015 is niet-ontvankelijk verklaard en de Afdeling is onbevoegd ten aanzien van het beroep tegen de brief van 16 juni 2015.