ECLI:NL:RVS:2016:1135
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling ondanks ziekte boekhouder
De minister legde aan appellant een boete van €12.000 op wegens illegale tewerkstelling van een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank matigde deze boete tot €8.000, maar bevestigde de overtreding. Appellant stelde hoger beroep in en voerde aan dat de boete gematigd moest worden vanwege de langdurige ziekte van de boekhouder, die verantwoordelijk was voor naleving van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De Raad van State overwoog dat het opleggen van een boete een discretionaire bevoegdheid van de minister is, waarbij rekening moet worden gehouden met ernst en verwijtbaarheid. Volledige afwezigheid van verwijtbaarheid kan leiden tot geen boete, verminderde verwijtbaarheid tot matiging. De Afdeling benadrukte dat het de verantwoordelijkheid van de werkgever is om bij afwezigheid van de verantwoordelijke persoon voor vervanging te zorgen.
Omdat appellant niet had gezorgd voor vervanging van de zieke boekhouder en niet aannemelijk had gemaakt dat zij alles had gedaan om de overtreding te voorkomen, werd de overtreding volledig aan haar toegerekend. Het betoog dat de boekhouder mogelijk contact zou hebben opgenomen met de Inspectie SZW werd als speculatief verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete van €8.000 wegens illegale tewerkstelling wordt bevestigd, hoger beroep ongegrond verklaard.