ECLI:NL:RVS:2016:1141
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.W. van de Gronden
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunningen en reductie staande netten op het IJsselmeer
De staatssecretaris verleende vergunningen voor het gebruik van staande netten op het IJsselmeer met een reductie van 85% vanwege een verslechterde visstand, gebaseerd op adviezen van Imares. De appellanten, vissers die met aangepaste netten op wolhandkrab vissen, voerden aan dat zij hierdoor onterecht worden beperkt en aanzienlijke inkomensschade lijden.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd was tot het opleggen van de reductie, maar onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van wolhandkrabvissers en onvoldoende feitenkennis had verzameld. De staatssecretaris stelde dat de reductie noodzakelijk was voor de bescherming van schubvis en dat nadeelcompensatie niet aan de orde was.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris voorafgaand aan de besluitvorming onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de gevolgen van de reductie voor wolhandkrabvissers en dat het besluit in strijd is met artikel 3:2 en Pro 3:4 Awb. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.