ECLI:NL:RVS:2016:1167
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terugbetaling griffierecht bij afgewezen machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 17 april 2015 de aanvragen van vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Hiertegen maakten de vreemdelingen bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde vervolgens hun beroep ongegrond. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De vreemdelingen voerden aan dat de rechtbank ten onrechte het beroep op betalingsonmacht niet had gehonoreerd, omdat zij niet hoefden te bewijzen dat zij ook in het land van herkomst over financiële middelen beschikten. De Raad van State constateerde dat de rechtbank niet had vastgesteld dat de vreemdelingen in het buitenland vermogen hadden, terwijl zij hadden verklaard geen vermogen te hebben. Daarom had de rechtbank het beroep op betalingsonmacht ten onrechte afgewezen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover deze naliet te bepalen dat de griffier het betaalde griffierecht van €167 terugbetaalt. De griffier werd gelast dit alsnog te doen. Voor het overige bevestigde de Raad van State het vonnis van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €496 voor de rechtsbijstand van de vreemdelingen.
Uitkomst: De griffier wordt gelast het betaalde griffierecht terug te betalen aan de vreemdelingen na afwijzing van hun machtiging tot voorlopig verblijf.