ECLI:NL:RVS:2016:1214
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kosten bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 14 oktober 2015 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een ondergrondse afvalcontainer was geplaatst in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009. De kosten van deze bestuursdwang, €125, werden aan appellant opgelegd. Appellant betwistte niet dat de doos van hem was, maar stelde dat hij niet degene was die de doos naast de container had geplaatst; hij voerde aan dat de doos was gestolen uit de gemeenschappelijke hal van zijn appartement.
Het college en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat het bewijsvermoeden geldt dat degene aan wie afval kan worden herleid ook de overtreder is, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat een ander de overtreding heeft begaan. Appellant slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. Het college achtte het onwaarschijnlijk dat een derde de doos uit een afgesloten hal zou stelen en vervolgens naast de container zou plaatsen.
De Afdeling vond de enkele stelling van appellant onvoldoende om het bewijsvermoeden te doorbreken en bevestigde dat het college hem terecht als overtreder heeft aangemerkt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot kostenverhaal van bestuursdwang wegens onjuist aanbieden van afvalstoffen is ongegrond verklaard.