ECLI:NL:RVS:2016:1266
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling concreet zicht op legalisering hekwerk ondanks strijd met bestemmingsplan
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Het Bildt om handhavend op te treden tegen een hekwerk dat zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan was geplaatst. Het college wees dit verzoek af, omdat er volgens hen concreet zicht op legalisering bestond vanwege een ingediende aanvraag omgevingsvergunning.
De rechtbank stelde aanvankelijk dat het college ten onrechte van handhaving afzag, omdat er geen aanvraag omgevingsvergunning in behandeling was. Na herstel van het besluit oordeelde de rechtbank dat concreet zicht op legalisering bestond en liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant stelde hoger beroep in tegen dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat voor concreet zicht op legalisering meer vereist is dan een ingediende aanvraag; een ontwerpbesluit ter inzage moet zijn gelegd. Ten tijde van de uitspraak van de rechtbank was dit niet het geval, zodat het oordeel van de rechtbank onjuist was. Inmiddels is echter een ontwerpbesluit genomen en ter inzage gelegd, waardoor nu wel concreet zicht op legalisering bestaat.
De Afdeling vernietigt daarom het oordeel van de rechtbank over het in stand laten van de rechtsgevolgen, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven geheel in stand vanwege concreet zicht op legalisering door het ontwerpbesluit omgevingsvergunning.