ECLI:NL:RVS:2016:1273
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij terugvordering kindgebonden budget
Appellant ontving in 2009 voorschotten kindgebonden budget die later werden teruggevorderd door de Belastingdienst/Toeslagen. Tegen deze terugvordering stelde appellant beroep in bij de rechtbank, maar betaalde het griffierecht niet. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet voldoen van het griffierecht, omdat appellant niet voldeed aan de criteria voor betalingsonmacht.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk betalingsonmacht had, omdat zijn netto-inkomen onder de 90% van de bijstandsnorm lag en hij hoge huurkosten betaalde. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste dit aan de criteria uit eerdere jurisprudentie en concludeerde dat het inkomen van appellant gedurende de relevante periode boven de grens lag, waardoor het beroep op betalingsonmacht niet slaagde.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is vanwege het niet betalen van griffierecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht.