ECLI:NL:RVS:2016:1302
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag wegens onzelfstandige woonruimte
Appellant diende een aanvraag in voor huurtoeslag voor een woonruimte in Breda. De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot huurtoeslag voor 2013 vast op nihil omdat de gehuurde woonruimte een onzelfstandige woonruimte betrof. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een zelfstandige woonruimte huurde.
Appellant voerde aan dat de woonruimte wel zelfstandig was, onderbouwd met huurovereenkomsten, een verklaring van bewoners en foto’s van de woning. De Raad van State oordeelde dat deze stukken onvoldoende bewijs boden dat de woonruimte een eigen toegang en wezenlijke voorzieningen had die niet gedeeld werden met andere bewoners. De eerdere jurisprudentie waarop appellant zich beriep was niet vergelijkbaar omdat daar de zelfstandigheid niet meer in geschil was.
De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat appellant geen recht had op huurtoeslag in 2013 en dat hij aan het voorschot voor 2014 geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de huurtoeslag bevestigd.