ECLI:NL:RVS:2016:1323
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- R.J.J.M. Pans
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Schil om Bleiswijk wegens strijd met Verordening ruimte 2014 en noodzaak bedrijfswoning
De raad van de gemeente Lansingerland stelde op 29 januari 2014 het bestemmingsplan 'Schil om Bleiswijk' vast, waarin onder meer de bouw van een bedrijfswoning op gronden van belanghebbende aan de locatie 1 te Bleiswijk werd toegestaan. Appellant betwistte dit besluit en stelde dat de bouw niet noodzakelijk was en dat het plan strijdig was met de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde in een tussenuitspraak dat de raad de noodzaak voor de bedrijfswoning niet deugdelijk had gemotiveerd en dat het oorspronkelijke bestemmingsplan onzorgvuldig was vastgesteld. De raad stelde vervolgens een partiële herziening vast waarin de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - vollegronds teeltbedrijf' werd toegekend. Appellant stelde dat deze herziening in strijd was met artikel 2.1.5 van de Verordening ruimte 2014, omdat een vollegronds teeltbedrijf geen glastuinbouwbedrijf is.
De Afdeling bevestigde dat de partiële herziening in zoverre strijdig was met de Verordening ruimte 2014 en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand vanwege een gewijzigde Verordening ruimte 2014 die het vollegronds teeltbedrijf toestaat. Ten aanzien van de noodzaak van de bedrijfswoning oordeelde de Afdeling dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat er een volwaardig agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend waarvoor een bedrijfswoning noodzakelijk is.
Tot slot veroordeelde de Afdeling de raad tot vergoeding van proceskosten aan appellant en bepaalde zij dat het griffierecht aan appellant werd vergoed.
Uitkomst: De besluiten tot vaststelling van het bestemmingsplan en de partiële herziening worden deels vernietigd, maar de rechtsgevolgen van de partiële herziening blijven in stand; de bouw van een bedrijfswoning wordt als noodzakelijk erkend.