ECLI:NL:RVS:2016:137
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens onvoldoende toezicht bij valgevaar op bouwlocatie
De minister legde op 3 april 2014 een bestuurlijke boete van €5.400,- op aan [appellante] wegens het niet treffen van voldoende valbeveiligingsmaatregelen op een bouwlocatie, wat een overtreding is van artikel 3.16, eerste lid, van het Arbobesluit. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van [appellante] tegen deze boete ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
In hoger beroep stond centraal of de boete gematigd kon worden, waarbij [appellante] stelde dat zij de risico’s had geïnventariseerd, een veilige werkwijze had ontwikkeld, beschermingsmiddelen had verstrekt en voldoende toezicht had gehouden. De Raad van State oordeelde dat hoewel de risico-inventarisatie en instructies op orde waren, de directeur onvoldoende toezicht hield en nagelaten had dwingende instructies te geven toen hij constateerde dat de steiger niet was doorgetrokken.
De Raad van State matigde daarom de boete met 50% tot €2.700,- en vernietigde het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van adequaat toezicht naast het treffen van technische en organisatorische veiligheidsmaatregelen.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd tot €2.700,- wegens onvoldoende toezicht door de directeur.