ECLI:NL:RVS:2016:1415
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit op Wob-verzoek
Bij brief van 28 mei 2014 heeft een wederpartij een verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Marum op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om inzage te verkrijgen in verschillende benoemings- en aanstellingsbesluiten. Het college stelde bij brief van 2 juni 2014 dat de gevraagde documenten reeds openbaar waren en dat de brief van de wederpartij geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. Vervolgens stuurde het college de gevraagde documenten alsnog toe op 24 juni 2014.
De wederpartij stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat met de brief van 2 juni 2014 een besluit was genomen. Daarnaast vernietigde de rechtbank een besluit van het college van 10 juni 2014, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college geen belang meer had bij het hoger beroep omdat de wederpartij had afgezien van de proceskostenvergoeding en het griffierecht had terugbetaald. Ook al zou het college belang hebben, zou het beroep op misbruik van recht eerst beoordeeld moeten worden, wat niet tot een ander resultaat zou leiden. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is niet-ontvankelijk verklaard en het college is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.