ECLI:NL:RVS:2016:1418
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester Utrecht over weigering Nederlandse identiteitskaart zonder vingerafdrukken
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen het besluit van de burgemeester van Utrecht om haar aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart niet in behandeling te nemen omdat zij weigerde vingerafdrukken af te staan uit gewetens- en veiligheidsoverwegingen. De rechtbank had het bezwaar en beroep ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU over de toepasselijkheid van EU-verordening 2252/2004 op identiteitskaarten. Het Hof oordeelde dat deze verordening niet van toepassing is op nationale identiteitskaarten.
De Afdeling concludeert dat de verplichting tot afname van vingerafdrukken op grond van deze verordening nooit gerechtvaardigd was en dat de burgemeester de aanvraag ten onrechte buiten behandeling heeft gelaten. Daarnaast is de opslag van de gezichtsopname in de decentrale reisdocumentenadministratie gerechtvaardigd en proportioneel in het belang van nationale en openbare veiligheid. De Afdeling vernietigt het besluit van de burgemeester en verklaart het beroep gegrond. De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De Afdeling benadrukt dat de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de Paspoortwet en dat toekomstige verstrekkingen van gegevens aan derden aan strikte voorwaarden moeten voldoen. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en de burgemeester dient de aanvraag alsnog in behandeling te nemen indien de appellant nog geen identiteitskaart bezit.
Uitkomst: Het besluit van de burgemeester Utrecht om de aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart buiten behandeling te laten wegens weigering vingerafdrukken wordt vernietigd en de aanvraag dient alsnog in behandeling te worden genomen.