ECLI:NL:RVS:2016:149
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing wijziging bestemming perceel wegens geurhinder
Het college van burgemeester en wethouders van Westerveld wees op 3 november 2014 het verzoek van appellant af om de bestemming van zijn perceel te wijzigen van 'Bedrijf' naar 'Wonen' om kamerverhuur mogelijk te maken. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 1 april 2015 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het college baseerde zijn afwijzing op de gemeentelijke geurgebiedsvisie, waarin werd gesteld dat het toestaan van een extra woning binnen 100 meter van een stal het gebied als bebouwde kom zou classificeren, waardoor het agrarisch bedrijf geen uitbreidingsmogelijkheden meer zou hebben. Appellant betoogde dat deze situatie al bestond en dat de toevoeging van een woning geen extra belemmering oplevert. De Afdeling oordeelde dat de geurgebiedsvisie slechts een beleidsregel is zonder juridische normatieve status en dat het begrip bebouwde kom moet worden uitgelegd aan de hand van de Wet geurhinder en veehouderij en de ruimtelijke ordening.
De Afdeling stelde vast dat het gebied rondom het perceel als buitengebied moet worden aangemerkt en dat de afstandsnormen uit de geurverordening worden gerespecteerd. Het college had ten onrechte geoordeeld dat er geurhinder en ruimtelijke bezwaren bestonden tegen de woonbestemming. Daarom werd het besluit vernietigd wegens strijd met het motiveringsvereiste van artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent geurhinder.