ECLI:NL:RVS:2016:1513
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- J.C. Kranenburg
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan wegens onvoldoende borging landschappelijke inpassing bedrijfsterrein
De raad van de gemeente Schijndel stelde op 23 april 2015 het bestemmingsplan "[locatie], 2014" vast, waarin een uitbreiding van het bouwvlak en een verruiming van de maximale bouwhoogte voor een houtverduurzamingsbedrijf waren opgenomen. Appellant, wonende nabij het plangebied, stelde beroep in tegen dit besluit vanwege onder meer de gevolgen van geurhinder, de vergroting van het bouwvlak en de onvoldoende borging van de landschappelijke inpassing.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad bij de beoordeling van de milieuhinder in redelijkheid kon aansluiten bij de VNG-brochure en dat de afstand tussen het bouwvlak en de woning van appellant voldoende was om onaanvaardbare hinder te voorkomen. Ook de verhoging van de bouwhoogte werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Echter, de Afdeling stelde vast dat de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein onvoldoende in het bestemmingsplan was verankerd, aangezien de groenstrook te smal was en de voorwaarden voor de inrichting en instandhouding niet adequaat waren geregeld.
De Afdeling vernietigde het bestemmingsplan voor zover het artikel 5, lid 5.2 van de planregels betreft en gaf de raad de opdracht binnen zestien weken een nieuw besluit te nemen waarin de landschappelijke inpassing adequaat wordt geborgd. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen om te voorkomen dat binnen het bouwvlak gebouwen worden opgericht voordat het nieuwe besluit in werking treedt. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor zover de landschappelijke inpassing onvoldoende is geborgd en de raad moet een nieuw besluit nemen.